
Wet voorraadvorming aardolieproducten 2001
Artikel 26
1
Onze Minister kan de aanvraag tot het mogen aanhouden van de voorraad slechts weigeren indien:
a
toestemming naar zijn oordeel zou kunnen leiden tot een situatie die in strijd zou zijn met het betrokken bilaterale akkoord, of
b
weigering naar zijn oordeel anderszins noodzakelijk is met het oog op de naleving van voor Nederland geldende internationale verplichtingen.
2
Indien de aanvraag is geweigerd op grond van het eerste lid, onderdeel b, is degene die de aanvraag had ingediend verplicht om met COVA te onderhandelen over het door COVA aanhouden van de betrokken voorraad aardolieproducten als wettelijke voorraad.
Tegen de beslissing op de aanvraag kan een belanghebbende beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.